DE BILHA
Het Grote Boek na de Bijbel, de Koran en de Vur
JANA
1. De vijand zal geen baat hebben bij zijn rijkdom en hetgeen hij verdient.
Zeg tegen de vijand : Ik dien niet wie jullie dienen. Jullie dienen niet wie ik dien.
Ik zal wie jullie dienen niet dienen. Voor jullie is jullie loon, en voor mij is mijn loon.
2. Jani zit op het beest om op te roepen tot de Vuh, de grote oorlog in de gewesten van de ziel, in de onderwereld. Met haar voet drijft ze het beest.
3. Zij drijft het beest tot de rivieren van wijn, melk en honing. Zij onderwijst over de Vuh.
4. Zij die niet tot Jana zijn gekomen kunnen niet tot Haar komen.
5. Als Jana uw kettingen niet heeft geregen kunt u niet tot Jani komen, en hebt gij geen deel aan de Vuh.
6. In de dieptes van de onderwereld staat zij, voor de voorhangsels, met de voorwerpen van de besnijdenis. Geen van hen die dieper het paradijs willen betreden zullen aan haar ontkomen. Zij is het opperhoofd van de jacht, het opperhoofd van de oorlog. Zij haalt de schedels neer door haar pijlen. Ook aan David, Ahn in het Orions, verscheen zij, als Batseba. Zij nam hem mee op een tocht door oorlog, en veroorzaakte zijn val.
7. Ook hij moest besneden worden door een vrouw. Dit dan is de eeuwige tent, om verzoening te bewerken.
8. En Zij nam Ahn in en beet en vernederde hem, want zij beeldde de vloek van de moeder god uit. En zij is de moeder van de openbaringen. Zij dan komt met list en besnijdenis. Zo zijt gij dan allen getuigen van deze dingen. Zij dan draagt het mes van de Heerin. En gij allen die Haar volgen, hebben deel aan dit mysterie.
9. Zij dan is het geheim van de moeder god, haar voorhangsel. En zij test allen die tot het voorhangsel naderen. Ja, in de dieptes van het paradijs is zij. Ja, de glorie van het Woord draagt zij. Zij is het geheimenis van het lijden.
10. Nu, kent gij het geheimenis van Batseba, die Jana is ? Zij is de vloek van de moeder god, die haar kinderen terugroept tot de moederlijke tucht. Zij is een oprichter. Gaat daarom in door haar voorhangsels. Als een wapen is zij daar, om te oordelen. Zij is het wapen van Ahn.
11. En Bakroe is het geheimenis van de hoofd-besnijdenis. En zij is gekomen om visioenen te geven, en om de heiligen doorgang te geven, want lang zijn zij door onderdrukking tegengehouden. Ja, zij zal binden hen die zich dokter noemen en het niet zijn.
12. Als een oorlogs-strijdster staat zij op. Hebt gij het verhoord en vernomen ? Zo zijn er dan hen die zich dokters der tanden noemen, en zij boren in tanden voor geld. Uit mijn heiligdom zal ik deze valse doktoren drijven ! spreekt de Heerin, 'want zij hebben ketenen gelegd op Mijn volk, en deze ketenen waren giftig.'
13. 'Daarom,' zegt de Heerin, 'er zal een dag zijn tegen een ieder die zich valselijk dokter noemt, om het vlees van de kudde te kunnen eten. Kijk, een oorlogs-strijdster staat op, om te overwinnen. Koningen zal zij binden met ketenen. Opgestaan is zij om oorlog te voeren. Mijn oog kan deze valse doktoren der tanden niet meer aanzien,' spreekt de Heerin. 'Daarom zal mijn wapen op hen neerdalen, en er zal een grote slachting zijn. Ja, dronken zal Ik worden van hun vet.'
14. 'Mijn wapen zal opstaan in de nacht, en hun eerstgeborenen zullen geslagen worden, en het eerstegeborene van hun vee. En de eerstelingen van hun oogst zal ik verbranden. En in de morgenstond zal Ik tegen henzelf komen,' spreekt de Heerin. 'Zij hebben geboord in de tanden van mijn volk voor veel geld, en daar gif geplaatst. Ziet, dienaren van de Mammon zijn zij. Zij buigen zich neer voor hun Roomse goden, maar ziet, Ik zal deze goden slaan, en uit mijn huis verdrijven. En tegen Spanje zal Ik een groot vuur aanrichten.'
15. Ja, oordelen zal Zij hen die het gif van de Mammon geschonken hebben, en niet het gif van de Heerin.
16. Bakroe is van de diepere wildernissen van het paradijs. Zij draagt het wapen om gehoorzamen te testen. Zij is als de sieraden van het lijden. Zij spreekt recht in list en symboliek. Zij raakt het letterlijke niet aan. In de wildernissen is zij stil, totdat iemand in haar valstrikken raakt. Zij is de weefster van het paradijs. Zij weefde het paradijs als in een mysterie. In de dieptes van de wildernis woont zij, om dapperen te onderwijzen, zij die door hun lijden tot haar zijn gekomen. Als de amazone van de Heerin is zij.
17. Zij draagt de stok van de Heerin. Het geweten temt zij. Zij is de Wraak van de Heerin.
18. En zij schenkt visioenen door zalf vanuit haar borsten.
19. En tot de gehoorzamen : Gij zult worstelen met Haar. Zo zult gij uw zielen behouden. En gij zult het zoete vinden.
