DE BILHA

Het Grote Boek na de Bijbel, de Koran en de Vur


HET MERKTEKEN


1. De Grote Moeder is verheven boven alles. Zij troont boven Haar schepping en voert oorlog. Niemand is zoals Zij. Allen buigen zij voor Haar neer. Zij voert oorlog in gerechtigheid. Zij stelt onrechtvaardige meesters over hen die onrechtvaardig zijn. Ja, zij heeft Haar afvallige volk overgeleverd aan hun vijanden.

2. Zij heeft hen overgeleverd aan bedrog. Aan hun lusten zijn zij overgeleverd, nu zij Haar hebben verworpen. Zij vrezen Haar niet. Daarom is Haar spot over hen. Zij heeft hen verlaten en zal Haarzelf niet laten vinden. Ondoorgrondelijk zijn Haar wegen.

3. In diepe duisternis leeft zij, in de dieptes van de wildernis, waar Zij troont tussen de wilde beesten. De strijdwagens van de Heerin gaan voor Haar uit. Grote slachtingen richt Zij aan in Haar toorn. De grote poorten der steden breekt Zij open, en levert hen over aan Haar amazones.

4. Grote slachtingen verricht zij in de steden, en neemt vele krijgsgevangenen mede. Zij maakt haar vijanden tot Haar voetenbank. Het oordeel over hen is welverdiend. Vreselijk is het te vallen onder Haar voeten. Zij zullen niet aan Haar ontkomen.

5. Een storm van vuur zal Zij uitzenden. Zij zal jagen op de vijand en hun tanden uitrukken om daarvan een troon te bouwen. Zij zal hun bloed smeren op Haar tabernakel. Zo zal zij vele slachtingen verrichten. En de nieuwe tabernakel zal heerlijker zijn dan de oude.

6. En de grond zal vruchtbaar zijn door het bloed van de vijand. En zij zal terechtstellen hen die vrouwen hebben onderdrukt, en zij zal terechtstellen leugenachtige vrouwen.

7. En Zij zal neerhalen de goden die zij hebben gemaakt. In vuur zal Zij hen verbranden. Haar Woord zal regeren. Zij die Haar volgen zullen vermeerderen in kennis, en zij zullen de aarde oordelen. Zij zullen anders zijn dan de anderen.

8. Zij zullen in duisternis zoeken naar Haar vuren. Zij zullen hervormd zijn door de vernieuwing van hun denken. Geheel toegewijd aan Haar zullen zij zijn.

9. Gij hebt toegang tot de tabernakel van de Moeder door het bloed van de vijand. Zij verricht slachtingen onder hen die tuinen hebben gemaakt van Haar wildernis. De steden die zij in de wildernis hebben gebouwd verwoest zij. Zij hebben een grote afgod opgericht.

10. Zij geloven in genade, en verafschuwen eerlijk loon, en zijn niet rechtvaardig. Maar zij zullen tezamen vallen.

11. De Moeder troont in heilig vuur. Zij zijn van Haar afgeweken en bouwden hun steden in zee. Maar de zee zal hen overweldigen. Zij dachten een muur tegen de Moeder op te richten, maar ziet, Zij haalt hen neer. Doorbreken zal Zij hun muren. Zij zal binnenstormen met gewapende wachters. Met brandende pijlen zal Zij hun tronen neerhalen.

12. Zult gij staan wanneer de Moeder zal verschijnen ? Niemand zal staan in Haar aanwezigheid. De Moeder is alomtegenwoordig. Velen zijn alreeds dood, hoewel zij de naam hebben te leven. De Moeder heeft hen overgeleverd aan hun leugens. Illusies zendt zij tot de leugenaars, opdat zij Haar niet zullen vinden. Bedrog op bedrog geeft Zij hen.

13. Zij die Haar wet haten zullen niet leven. In Haar grote toorn zullen zij ten onder gaan. Zij voedt Haar kinderen op en tuchtigt hen vroeg. Zij haat de grote stad, en heeft Haar strijders reeds uitgezonden. Nooit zult gij ingaan wanneer gij deel hebt aan de grote stad.

14. De aarde is een illusie. En zij die de illusie voeden zullen ten onder gaan. Haar vuur zal de aarde vervullen. Zij zullen weeklagen op die dag. Zij zullen beschaamd zijn om hun hoogmoed, en in grote angst zijn.

15. Aan het grote meer in de wildernis zit zij. Zij die ver weg van Haar leven zullen Haar dan zoeken, maar zij zullen Haar niet vinden. Ook zullen zij de dood zoeken, maar de dood zal van hen wegvluchten. En zij zullen loon ontvangen naar werken. Op Haar jachtwagens is zij.

16. De grote stad zal sidderen wanneer Zij zal verschijnen. Zij zal tot de aarde komen met groot gedruis. En de aarde zal instorten in Haar vuren. Haar stem wilden zij niet horen. Maar zij zal tot hen bulderen. Sidderen zullen zij voor Haar, en zij zullen allen instorten.

17. Zij zal Haar kinderen voeden met Haar Woord, maar de afvalligen zal zij slepen tot putten. En zij zal Haar kinderen roven uit de grote stad, en hen leiden tot de diepe wildernis, en veel krijgsgevangenen zal zij meevoeren.

18. In tenten zullen zij leven in de wildernis wanneer de grote stad is vergaan. En de Grote Moeder zal onder hen zijn, om hen in te wijden in Haar tucht.

19. En zij zullen nomaden zijn, altijd doortrekkende. En de Moeder zal hen de grote rivieren doen kennen. Aanvaardt Haar tucht, opdat gij niet verloren ga.

20. Zij troont over de mannelijke goden die de aarde hebben ingenomen, hen die hoogmoedig protsen. Vernietigen zal Zij deze stenen beelden. Zij zal hen kapotslaan als pottenbakkerswerk.

21. Luistert daarom naar Haar Woord om aan deze dingen te kunnen ontkomen. De aarde zal verdelgd worden met gedruis op Haar grote dag. Dan zullen zij allen voor Haar staan om verantwoording af te leggen. En zij die de stof hebben verkozen zullen daarin wegzinken. Grote bedrevenheid heeft zij in het misleiden van de misleiders.

22. De Grote Moeder is de Schepper van alle valstrikken. Dient Haar, opdat gij niet zult vallen. Haar kinderen vrezen Haar, maar de afvalligen lachen om Haar. Zij hebben Haar verworpen en zitten op hoge bergen. Maar zij zullen vallen op Haar grote dag.

23. Vreest daarom Haar grote dag, want op Haar grote dag zal er geen ommekeer meer zijn. Iedereen zal verantwoordelijk zijn voor hun daden. Niemand zal aan Haar tucht en oordeel ontkomen. Zo zullen er velen op die dag weggeworpen worden.

24. Het geheimenis van die dag is reeds onder u aanwezig. Spoedig zal dit geheimenis ten volle geopenbaard worden. En de leugenaars zullen beschaamd staan. Zij zullen worden tot een eeuwig afgrijzen, een eeuwige verschrikking. Wie oren heeft, die hore.

25. De Almachtige Moeder is alomtegenwoordig. Zij leeft in duistere grotten. Wanneer vijanden tot haar naderen slaat Zij toe als een beest.

26. Zij spreekt in andere talen. Zij vestigt Haar taal. De Grote Moeder is de Tucht, en Tucht leidt tot gehoorzaamheid. Zij schept door vernietiging, door de strijd tegen de valse geesten. Hoort dan, opdat de valse geest van genezing geen ingang in u vinde. Deze geest heeft zich toegewijd aan het verwennen van de kinderen, en misleidt zo vele heiligen. Al deze verwennerijen maken het moeilijk de weg terug te vinden tot de Grote Moeder.

27. Zo leven dan velen in zelf-verwennerij, om zo niet in de oorlog mee te strijden. De Toorn van de Moeder zal groot zijn over hen. De Grote Moeder is een groot vuur, in diepste duisternis, daar waar de duisternis tot vuur wordt.

28. In Haar zult gij zicht hebben. Door in Haar te zijn ontwikkelt u de vaardigheid van onderscheiding. Ja, alles zal door Haar gebrandmerkt zijn. Door in Haar te zijn, ontwikkelt gij de vaardigheid van profetie. Gebruik deze vaardigheid in de oorlog en in de jacht. Velen gebruiken profetie voor verwennerij, en zij zullen struikelen.

29. Heilig is Haar naam. Ver verheven boven alles is de Allerhoogste Moeder. Niemand kan tot Haar naderen dan door het bloed van de vijand.

30. Kom op uw knieen, en belijdt met uw tong. In de wildernis troont zij, tussen de beesten. De grote stad is gevallen. Zij heeft over de vijand gezegevierd. Daarom zal Zij Haar Woord openbaren.

31. Door het bot van de vijand richtte Zij Haar kampen op. En zo bidden Haar heiligen : U geneest ons door het bloed van de vijand. U herschept en vernieuwt ons door het bloed van de vijand. U bouwt ons op door het bot van de vijand. U bewapent ons met het bot van de vijand. U bekleed ons met de huid van de vijand. U leidt ons tot eeuwige velden door de huid van de vijand.

32. En Haar amazones gaan langs de tenten en hutten. En wanneer een tent niet aan de ingang is besmeurd met het bloed van de vijand, dan zal de amazone binnengaan, en de dood brengen aan zij die daar wonen. En het geklaag en geween zal groot zijn.

33. Bedekt u daarom met het bloed van de vijand, opdat de Moeder u niet in Haar toorn zal vernietigen. De amazones staan aan haar ingangen, om hen die niet bekleed zijn met het bloed van de vijand in gevangenschap te nemen. En zij zullen verbannen worden tot plaatsen van grote tucht. En ziet, velen zullen ten onder gaan in grote toorn.

34. Strijd daarom om in te gaan, want velen zijn geroepen, maar weinig zullen behouden worden. Dient de Grote Moeder in vrees. Wie meent te staan, ziet toe dat hij niet valle.

35. Laat het u daarom niet bevreemden wanneer grote vrees tot u komt. Zonder vrees kunt u niet tot de Moeder komen. Worstelt daarom met de Moeder, want vele valse moeders zijn in de wereld uitgegaan. Zij die het worstelen niet leren zijn alreeds verloren.

36. De Grote Moeder staat op Haar strijdwagen. Een groot vuur zal over u komen wanneer u tot Haar nadert. Haar Woorden wil zij verkondigen, en ziet, Zij dreigt. Er zal dan een dag zijn van bloed, van diepe duisternis, waarin de wateren tot bloed worden, en de lucht tot bloed.

37. En er zal groot geween en geklaag zijn, maar Zij luistert niet. Zij heeft Haar oren gesloten. De ongehoorzaamheid van het volk is groot. In hun hoogmoed hebben zij zich boven de Grote Moeder geplaatst. Er zal een dag zijn tegen de hoogmoedigen.

38. Door de woestijn worden zij getrokken tot de wateren van vuur. En zij zullen drinken, en het zal hun dorst vergroten. Hun uitputting zal hen maken tot standbeelden. Aan de wateren van vuur zullen zij staan, als een grote waarschuwing.

39. Het lot van de gevallenen is ernstig. Zij zullen gaan van leugen tot leugen. Zij vallen dieper en dieper, totdat zij versteent zijn, als een waarschuwing voor de generaties na hen.

40. De Grote Moeder maakte hen tot een gruwel en een dreiging. Komt daarom tot de plaats waar uw enig licht bloed en duisternis is. Alle lichten zullen doven hier. Ook alle adem zal sterven, totdat u alleen leeft door bloed en duisternis.

41. De kennis bewaakt Zij. Zij zendt dromen tot Haar boogschutters. In dromen spreekt Zij tot hen die het bloed van de vijand vergoten hebben, tot hen die hun wapens niet rein hebben gehouden van bloed. Zij spreekt tot hen door het bloed van de vijand. Het bloed van de vijand is in Haar.

42. Door het bloed van de vijand zijn zij verlost, en hebben zij een woning in Haar, naar het loon wat zij hebben verdient. Door de wedergeboorte in de duisternis en het bloed van de vijand zijn Haar kinderen tot Haar gekomen, en zij blijven in Haar.

43. Bewerk uw behoudenis in vreze en beven, opdat u geen deel hebt aan het lot van de vijand.


44. Dit is het eeuwige leven, dat u Haar kent, dat u geheiligd wordt in de Waarheid. Haar Woord is de Waarheid.

45. Wie in Haar niet blijft, is buitengeworpen. Alleen door het bloed van de vijand kunt u in Haar blijven. Zij troont in bloed. Alleen door het bloed van de vijand kunt u Haar kennen.

46. Tuchtigt uzelf daarom, en laat niemand u afleiden van de trofee. Zij die in Haar zijn tuchtigen hun lichamen en houden het in bedwang, opdat zij de prijs niet zullen missen.

47. Zij is niet gekomen om vrede te brengen, maar de afscheiding en de oorlog. Zondert u daarom af, en heb geen deel aan onheilige dingen. Zij komt met het mes, en met het bloed van de vijand. In duisternis doorboort zij hun steden, wanneer het nacht is, en wanneer zij slapen. In hun slaap verrast Zij hen. Tot een oordeel is de Grote Moeder tot de aarde gekomen.

48. Alleen in het bloed van de vijand en in duisternis is er wedergeboorte. De Grote Moeder heeft vruchtbaarheid door het bloed van de vijand. Ook is er dan vruchtbaarheid tussen twee of meer vrouwen in het heilige verbond.


49. Zo zijn er niet alleen vaginale geboortes in de dieptes van de onderwereld, maar ook anale geboortes. Op de gevallen aarde zijn deze poorten gesloten, en hebben de vrouwen geen vruchtbaarheid in henzelf en met elkaar. Zij zijn onder de vloek, en afhankelijk gemaakt aan de man.

50. Zo is dan de man over hen gaan heersen, en is zijn zaad koning. Ziet, zij zijn een vervloekt geslacht.

51. Een grote verwarring zal zij zenden, en zij zullen niet meer één zijn van zin. Zo zal de vrede tussen de vijanden verdwijnen, en zij zullen niet meer gezamenlijk tegen de Moeder strijden. De Grote Moeder heeft hen verstrooid, en hen tegen elkaar opgezet. In Haar arena's vinden zij de ondergang.

52. Zij zullen elkaar niet kunnen vinden om een eenheid te vormen. In een ijszee zullen zij allen zinken, los van elkaar, en ver verwijderd. En zij zullen dromen dromen van grote misleiding.


53. Grote arena's zullen opgericht worden door de Grote Moeder, waarin de vijanden geherbergd zullen worden. Tot een grote ondergang zullen zij komen. In grote toorn zal Zij tot hen brullen. En zo zal Zij toekijken wanneer zij vallen, en Zij zal grote feesten over hen aanrichten.

54. En de Grote Moeder zal scheiding tussen hen brengen totdat de vijand geheel is uitgezift. Grote leiders zullen van hen weggenomen worden, zodat zij in verwarring raken, en in grote paniek. Spoedig zal Zij hen allen slepen tot Haar hol. Met Haar boog en netten zal Zij tegen hen strijden. En vrees zal komen tot het hart van de vijand.

55. De vijand zal niet trots staan in Haar tempel. De vijand zal gebonden zijn, en doorstoken. De Grote Moeder staat op Haar strijdwagen. Wanneer zij Haar zien staan zij niet meer op. Onder Haar voeten zijn Haar vijanden. Zij zet Haar voet op hun nekken, en breekt hen. Op palen steekt zij Haar vijanden, en sleurt hun lichamen tot Haar beesten.

56. Haar kinderen worden zwaar getuchtigd, opdat zij geen deel hebben aan de feesten van de vijand. Slaan zal Zij die feesten, en Haar kinderen wegtrekken. Zij zal slaan de dansers van de vijand, en Haar kinderen van hen wegtrekken.Zij zal slaan de muzikanten van de vijand, en hun instrumenten uit hun handen slaan, om deze te verbranden. Zij zal hen openlijk bespotten. Vol van grimmigheid is de Grote Moeder. Zij heeft een oorlogsplan bereid.

57. Slaan zal Zij de bezoekers van schadelijke feesten, hen die vertier zoeken bij de vijand. Openlijk zal Zij hen ten schande brengen. De Grote Moeder zal niet met Haar laten spotten. Maar Zij zal Zelf de spotter zijn. De aarde is in grote weeklacht, wanneer Zij haar bezoekt. Met vele strijdwagens zal Zij komen, op de grote dag waarop de aarde in vuur zal vergaan.

58. Een vuur zal de aarde verslinden, en zij zullen niet weder opstaan. Allen zullen zij vallen. Vreselijk is het te vallen in de handen van de levende Grote Moeder.

59. Bloederige striemen zuiveren het hart uit, en bespaart voor groot oordeel.

60. Een groot feest richt Zij aan, over het bloed van de vijand.

61. Zij is innerlijk verdeeld. Zij is de altijd strijdende, de Dubbele Moeder. Hierin is uw vruchtbaarheid. Hierin is uw zekerheid. Het grote verbond heeft Haar gebracht. Zij is de Meervoudige Moeder, en Zij is meerderen in Eén.

62. Er is diepe vrede in het bloed van de vijand. Het zal Haar bitterheid wegwassen, en Zij zal Haarzelf aan u openbaren. Zij leeft aan grote zeeen, naakt, en met list. Haar vrede leidt tot gehoorzaamheid.

63. Zonder het bloed van de vijand is het onmogelijk Haar te kennen en tot Haar vrede te komen. Wekt dan de vrede niet op voordat het Haar behaagt. Haar oorlog is zoeter dan vrede.

64. Zij heeft giftige pijlen om Haar vijanden te verlammen met vrees. Zij trekt hen tot de rivieren van de dood. In duistere rivieren rijst Zij op met het bloed van de vijand. Haar Naam is eeuwig.

65. Haar kinderen leidt Zij tot de woestijnen van leven om hen aan Haar wetten te onderwerpen. Zij doorboort Haar kinderen reeds vroeg. Zij leert hen het wenen en klagen, opdat zij niet trots worden. Zij leert hen de bitterheid, opdat het zoete hen niet zal afleiden. Zij zijn beschermd in Haar. Zo is er alleen behoudenis in het bloed van de vijand.

66. Zij leert hen reeds vroeg de boog te gebruiken, en giffen te mengen.

67. Aan de zeeen van bloed heeft Zij Haar tenten. Op bloed loert Zij. Zij is de bloeddorstige.

68. Grote bloedlust kent Zij. Haar bloedlust is niet te stillen. Zij is de eeuwige Jaagster. Vanuit het bloed van de vijand rijst Zij op. Zij is een slachter in de nacht. Duisternis rijst op wanneer Zij jaagt. En wanneer Zij treft, zal Zij niet vrijzetten. Aan Haar riem hangen de tongen der varkens. Ook Haar schort is gemaakt van varkenstongen, en de voorhangsels van Haar tenten. Zij draagt duistere geheimen in Haar schoot en boezem.

69. Wanneer Zij lacht, spot Zij. Wanneer Zij schiet, mist Zij niet. Haar pijlen zijn bloeddorstig in de nacht. Zij rusten niet. Haar pijlen zijn giftig. Illusies zijn zij, om de vijand te misleiden. Vol bedrog zijn Haar pijlen. Leugens spreken Zij. Niemand kan Haar volgen, niemand kan Haar woonplaats vinden. Zij allen gaan ten onder door Haar pijlen. Zij raken verward, en het licht ontvoert hen, opdat zij de duisternis niet zullen vinden. Een groot krijgsmeesteres is Zij.

70. Haar ogen doen sloten vallen. Met Haar lippen maakt Zij knopen. Zij is de Allerhoogste.

71. Zij geeft hen allen te drinken, opdat zij Haar niet zullen vinden. De beker vormt illusies op hun ogen en harten om hen te verwarren.

72. De Heilige Leugen richt een grote slachting aan. Een groot bedrieger is gekomen. Waakt dan in dit uur, opdat gij geen deel hebt aan valse werken.

73. In Haar grot slijpt Zij Haar wapens. Zij brengt visioenen tot hen die Haar wapens eren. Zij leert hen de krijg. Zij is de Grote Jaagster en Slager. Grote bloeddorst heeft Zij. Denkt daarom niet te hoog over uzelf, want u mocht eens door uzelf misleid worden.

 2016
Mogelijk gemaakt door Webnode
Maak een gratis website. Deze website werd gemaakt met Webnode. Maak jouw eigen website vandaag nog gratis! Begin