DE BILHA
Het Grote Boek na de Bijbel, de Koran en de Vur
DE ZUNI
1. Er is een brug tussen het christendom en de islam.
2. De man is omringd met grote gevaren. Hij moet tot kennis en begrip komen. De man is bezadeld met grote paniek. De man is rusteloos geworden, maar er zal geen fout gemaakt worden, want de man is gebonden aan de godin.
3. De man wordt rebels tegen het valse gezag, en komt hierdoor in de problemen. De man moet weer rust nemen, terugkeren tot de leegte.
4. Een man die naar de wildernis gaat om te jagen zonder de Heerin zal in de wildernis verdwalen.
5. De man moet niet zomaar rivieren oversteken, maar de grote moeder ontmoeten.
6. De man kan het gevecht niet aan, en onderwerpt zich uiteindelijk aan het noodlot. De man trekt zich terug van alle gevechten die gaande zijn.
7. Dit komt terug als SN : Zoon, als de weg van de heilige zwakheid leidende tot ware sterkte en overwinning, namelijk 'inzicht'.
8. De ware sterkte is dus de wijsheid door de heilige zwakheid, die een alertheid is en een gevoeligheid.
9. De SN komt in de islam terug als de SOENNA, de traditie, en de soennieten, de volgelingen van Aboe Bakr.
10. Aboe BAKR wijst op BAKROE, de Amazone oorlogsgodin.
11. Izaak had een gevecht met haar in de onderwereld. Zij was de eerste die hij tegenkwam in de grot genaamd 'De Moederschoot', waar hij door Temet naartoe was geleid.
12. Dit stond aan het begin van een tocht door de onderwereld. Dit leidde hem uiteindelijk tot de vrouwelijke Salomo, Salome, als een beeld van het behalen van wijsheid.
13. Aan Aboe Bakr was de esoterische leer van de islam gegeven die door hem werd doorgegeven.
14. De Moeder is een innerlijke dynamiek die niet teveel buiten het zelf gezocht mag worden.
15. Vandaar dat de opgegroeide opnieuw gebroken moet worden en doorboort opdat de nadruk niet op de buitenwereld wordt gelegd.
16. Degene die toenadert is dan ook naar binnen gericht. Telkens weer zal Zij hem breken om balans te brengen.
17. De SN, de vermindering, als de Ramadan, het vasten, de ascese, het binnengaan van de leegte.
18. De SN komt van een amazone stam, de Zuni.
19. De Filistijnen ontwikkelden zich tot de Soenni Islam. Zij aanbaden de godin Delilah, die Bakroe is. Dit is ook waar Bakroe oorspronkelijk vandaan kwam, van de Zoenni, Zoeni-amazones.
20. Vanwege deze cryptische kracht is het christendom gefixeerd op de ZOON, SN.
21. Zo zien we Bilha die op het beest rijdt worden tot Bakroe die Haar heilige billen laat zien, als de poort tot de wedergeboorte.
22. Dit is een grote oorlog, een duistere afgrond.
