DE BILHA
Het Grote Boek na de Bijbel, de Koran en de Vur
DE WIJNSTOK
1. Ik bereid mij voor op de ochtendjacht en de avondjacht.
Hier vloeit de Rivier van de Twijfel.
Alleen Uw schepen brengen mij erover.
2. Zij gaan niet snel.
Ik zag hen vannacht in mijn droom.
Nu zal ik de morgenrivier overgaan,
om het avond-orakel te raadplegen.
3. Hierop zal ik Uw tabernakel bouwen,
Hier zal ik mijn bamboe kralen rijgen,
en mij heiligen op de velden.
Oneindig is deze rivier.
4. Zijn fijne, zachte lichaam klemt zich vast aan het Hare,
als Haar wapen.
Zij gaat tot het wijde veld,
Haar rokje doorweekt met morgenbloed, totdat het is doorweekt met avondbloed.
Zo gaat Zij met hem door de nacht.
Daarna zal Zij hem nooit meer ontmoeten.
5. Wat is de naam van de godin die ik moet smeken met offerandes,
Om Haar te ontmoeten, al is het maar in een droom ?
6. Ik heb een beroep gedaan op de godinnen,
opdat ik Haar zal ontmoeten.
7. Ik zal mijn wapen grijpen en sterven met een goed hart,
Als dat Uw wil is.
8. Tot u, oh dappere strijder,
dat gij uw plichten zal vervullen,
en zal wederkeren,
opdat Ik u een beker wijn zal schenken.
9. En daarom bidt Zij,
De heilige wijnzak legt Zij naast Haar bed,
Kijk naar haar zwarte haar,
Zij is zoet en jong
10. Weet gij het dan niet ?
Zij is de greep van uw boog,
die gij draagt in de ochtend jachten
11. De nachtelijke uren volgen elkaar op,
Zal hij ooit tot mij komen ?
Ik zal hem later ontmoeten,
Als wijnstok tot wijnstok
12. Zoals ik hem niet wakende kan ontmoeten,
Laat mij hem ontmoeten in mijn droom
13. Donker en blootvoets is Zij,
Dat ik over de rivier zal roeien,
Opdat ik met Haar zal spreken.
