DE BILHA
Het Grote Boek na de Bijbel, de Koran en de Vur
DE PSALMIST
1. Door de jacht liet Zij zien wat in Haar handen was,
En liet Zij Haar bruine huid zien, waardoor ik ademde,
Zij liet mij mijn blanke huid zien,
In de proza is antwoord en betekenis
2. Door psalmen vormde Zij mijn handen en lichaam,
In proza reeg zij Haar psalmen,
En zo kreeg alles betekenis en doel
3. Wanneer ik mijn speer ophef, is dat niet om door Haar voorhangsel te gaan ?
En de speer in mijn hand is dat niet Haar tederheid ?
En de speer die ik werp, is dat niet om geheimenissen te begrijpen ?
4. Rijg dan alles tot psalmen,
Mijn zwakheid is proza,
Zo zal ik uw sociologie zien
5. Ik rijg nu psalmen van mijn herinneringen,
Wanneer ik mijn speer ophef,
Oh, wanneer zal ik mijzelf overwinnen ?
6. Ik keek om me heen om mijn vijanden te zoeken,
Maar ben ik niet zelf mijn grootste vijand ?
Zoveel vijanden ben ik zelf, maar zij zijn voorhangsels van uw tenten
